Gebaren aan de telefoon 6/8

09 Apr 2015
toegevoegd door

Enige tijd terug bezocht ik een conferentie over automatische taalgeneratie in Athene. Na afloop, de volgende ochtend, nam ik een vroege taxi naar het vliegveld. Terwijl ze reed, was de chauffeuse via haar mobiele telefoon in een druk gesprek verwikkeld. Het was rustig op de weg, dus dat ze met slechts één hand stuurde vond ik niet zorgwekkend. Dat ze die hand regelmatig van het stuur haalde, om wat ze in de telefoon zei met gebaren te ondersteunen, wel.

Het is een opvallend fenomeen: sprekers die hun handen gebruiken tijdens het praten, terwijl de ander die gebaren helemaal niet kan zien. Waarom doen mensen dat toch? Verschillende onderzoekers hebben zichzelf die vraag gesteld, en verrassend genoeg is er geen helder antwoord.

Sommige onderzoekers beweren dat de gebaren die sprekers maken bedoeld kunnen zijn om de ander iets duidelijk te maken. Als dat waar is, mogen we verwachten dat mensen minder gaan gebaren als ze hun gesprekspartner niet kunnen zien. Dat lijkt inderdaad het geval te zijn. Bovendien zijn de gebaren die niet zichtbaar zijn anders en kleiner dan zichtbare gebaren.

Gebaren aan de telefoon

Maar ze verdwijnen dus niet, zoals ik zelf kon constateren tijdens het telefoongesprek van mijn chauffeuse. Hoe komt dat? In de loop der jaren zijn een aantal verklaringen voorgesteld. Een voor de hand liggende mogelijkheid is dat de gebaren die een toehoorder niet kan zien ook niet voor die persoon bedoeld waren, maar bijvoorbeeld voor de spreker zelf – misschien helpen ze deze wel om diens gedachten in woorden uit te drukken. Klinkt plausibel, maar er zijn ook andere verklaringen bedacht: bijvoorbeeld dat sprekers gebaren voor een denkbeeldige toehoorder, of simpelweg uit gewoonte.

Je zou dat laatste zelfs evolutionair kunnen duiden (altijd een leuke exercitie): het grootste deel van de tijd dat homo sapiens met anderen kon communiceren, deden ze dat in situaties waarbij gesprekspartners elkaar konden zien (als er niet toevallig even een boom, wild dier of rots tussenin stond). De verbale en non-verbale vaardigheden van de mens ontwikkelden zich dus samen en tegelijkertijd. Pas sinds korte tijd kunnen we ook met elkaar communiceren in situaties waarin we elkaar niet kunnen zien, maar ons trage brein heeft niet de tijd gehad om zich daaraan aan te passen.

Dit wijst ook in de richting van nog een andere verklaring, namelijk dat spraak en gebaar zo nauw samenhangen, dat het niet mogelijk is om de twee systemen los van elkaar te zien. Kort gezegd: zonder spraak geen gebaar. Vanuit dit perspectief gezien is het helemaal niet verrassend dat mensen gebaren aan de telefoon. Ze kunnen niet anders.

Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken, wordt er door gebarenonderzoekers een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten gebaren, die zich niet allemaal hetzelfde gedragen aan de telefoon. Sommige gebaren lijken vooral bedoeld om bepaalde woorden te benadrukken; dit zijn typisch korte gebaren, waarin de hand langs één dimensie heen en weer beweegt, een beetje zoals een dirigent zijn maatstok beweegt. Deze gebaren worden wel ‘batons’ (Engels voor dirigeer- of maatstok) of ‘beats’ genoemd. Andere gebaren (‘iconics’) illustreren juist iets waarover de spreker praat, denk bijvoorbeeld aan een spiraalvormige beweging van de vinger omhoog, gemaakt door een spreker die iets vertelt over DNA of wokkels of wenteltrappen. Wanneer sprekers elkaar niet kunnen zien, lijkt dit niet zo veel invloed te hebben op de hoeveelheid beats die ze produceren, maar wel op het aantal iconics.

Beide soorten gebaren hangen op een interessante manier met spraak samen. Beats vallen typisch samen met woorden die een spreker met nadruk uitspreekt, zoals in: ‘Gebaren vervangen spraak niet; ze ondersteunen spraak’. Iemand die deze zin uitspreekt zou typisch het woord ‘ondersteunen’ uit kunnen spreken met een beat-gebaar. Sterker nog: het is bijna onmogelijk (zoals de lezer zelf kan ervaren door het te proberen) om deze zin uit te spreken met een beat op het tweede voorkomen van ‘spraak’. Omdat het woord ‘spraak’ in deze zin al een keer eerder is uitgesproken, is het min of meer voorspelbaar, en voorspelbare woorden worden met minder nadruk uitgesproken. Als een spreker er al in slaagt om een spontaan beat-gebaar te maken tijdens het herhaald uitspreken van ‘spraak’, zal dat woord automatisch ook meer nadruk krijgen.

We kunnen het ook omdraaien: als het maken van dit soort gebaren samenhangt met het benadrukken van woorden, dan zou je kunnen verwachten dat mensen die niet gebaren monotoner gaan praten (want: minder verschil tussen benadrukte en niet benadrukte woorden). Er is tenminste één studie, van Dobrogaev, gepubliceerd in 1929, waarin dit beweerd wordt. Dobrogaev was een onderzoeker in communistisch Rusland, die ervoor zorgde dat zijn proefpersonen hun handen niet meer konden bewegen (klinkt onheilspellend), waarna hij vaststelde dat ze inderdaad monotoner gingen praten. Hoe betrouwbaar dit effect precies was, is moeilijk vast te stellen en recent onderzoek (in een meer natuurlijke setting) kon dit specifieke effect niet repliceren. Maar dat beats nauw samenhangen met spraak is onomstreden.

Ook iconische gebaren zijn nauw verweven met de bijbehorende spraak, op meer dan één manier. Enerzijds kunnen ze dingen illustreren die ook in woorden uitgedrukt worden, zoals het DNA/wokkel/wenteltrapvoorbeeld al liet zien. Soms kunnen gebaren zelfs meer informatie uitdrukken dan woorden alleen. Wanneer iemand zegt ‘ik wil graag zo’n zoutje’, samen met een spiraalvormige vingerbeweging tijdens het woordje ‘zo’n’, kan de spreker duidelijk maken dat deze graag wokkels wil, en niet, bijvoorbeeld, chips. Het is dan ook niet verrassend dat sprekers die over een object of persoon praten, regelmatig hun handen gebruiken om dingen duidelijk te maken – zeker wanneer het om objecten of personen gaat die moeilijk te beschrijven zijn.

Maar iconische gebaren zijn nog op een andere manier nauw met spraak verbonden. Hierboven stipte ik al even aan dat herhaalde, voorspelbare woorden met minder nadruk uitgesproken worden; korter en minder duidelijk gearticuleerd en daardoor minder makkelijk te begrijpen als je het woord los, zonder context zou horen. Het interessante is dat iets vergelijkbaars geldt voor herhaalde, voorspelbare gebaren; wanneer een spreker een gebaar (bijvoorbeeld een spiraalvormige beweging) meerdere keren maakt zal het gebaar de tweede of derde keer ook wat korter duren en wat minder ‘precies’ uitgevoerd worden, en daardoor ook minder makkelijk te begrijpen als je het gebaar los, zonder context zou zien.

Dat de Griekse taxichauffeuse zo driftig gebaarde aan de telefoon is dus niet zo vreemd; ze praatte immers tegelijkertijd. En hoewel het misschien niet van veel professionaliteit getuigde, was het absoluut fascinerend om te zien.

Dit was het zesde deel in een serie die Emiel Krahmer voor deze blog verzorgt over zijn onderzoek naar menselijke en automatische taalproductie.

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet getoond.