Laten we het spannend houden

10 Dec 2014
toegevoegd door

Sinds ik vorige week een herderlijk schrijven deed uitgaan over de reorganisatie van NWO, word ik geregeld bemoedigend toegeknikt, aangeschreven en aangesproken. De collega’s denken dat ik het zwaar heb als voorzitter van een Gebied dat deze Kerst nog wel zal halen, maar de volgende wellicht niet meer. Laat ik meteen zeggen dat ik bepaald niet zit vastgeplakt aan de voorzittersstoel. Het is een mooie opdracht, maar er zijn in de wetenschap ook andere manieren om je geluk te beproeven en die zijn niet per definitie onaangenamer dan voortdurend overleggen, vergaderen en proberen om het gaatje te vinden waar we met z’n allen doorheen kunnen. Het Algemeen Bestuur van NWO denkt trouwens dat het rapport Van der Steenhoven niet het laatste woord bevat over de inrichting van het nieuwe NWO. Dat inzicht deel ik graag met jullie, en ik hoop het ook van harte, want anders is al dat overleggen en verbaal massagewerk ook nog eens voor niks geweest.

En nu ik toch aan het nuanceren ben, wil ik ook graag even kwijt dat ik hele stukken van de Wetenschapsvisie van de minister met instemming heb gelezen. Ruimte voor talent is een van de pijlers van het beleid; dat kunnen we alleen maar toejuichen natuurlijk, zeker als dat zou betekenen dat we nog meer promovendi en post-docs kunnen helpen bij hun eerste schreden op het pad van de wetenschap. En wie kan er bezwaar hebben tegen de ministeriële ambitie om de Nederlandse wetenschap op topniveau te houden?

Zelfs – ik heb het voorgevoel dat sommige steunbetuigers zich hier wat minder prettig bij gaan voelen – zie ik wel wat in die Nationale Wetenschapsagenda. Binnen NWO hebben we daar gedurende 2014 al veel over gepraat, en als die agenda thema’s gaat bevatten als Veerkrachtige Samenleving, Circulaire Economie, of Complexiteit en al die thema’s gedragen zullen worden door alle wetenschapsgebieden, dan zie ik allerlei kansen opdoemen voor spannend onderzoek ook buiten de vertrouwde kaders. In ieder geval roepen zulke thema’s bij mij heel wat meer warmte op dan de topsectoren die de afgelopen jaren de agenda van NWO bepaalden. Als we het topsectorenbeleid mogen opvatten als een hardhandige manier om duidelijk te maken dat de wetenschap zich meer moest aantrekken van de noden van de samenleving, dan kan ik melden dat wij bij de geesteswetenschappen intussen ook klaarwakker zijn. En is het nu tijd om serieus aan de slag te gaan met het formuleren van thema’s die zowel maatschappelijk als wetenschappelijk interessant zijn.

 

puzzel

 

Met wetenschappelijk interessant – want daar zitten we hier toch voor – bedoel ik twee dingen. In de eerste plaats moeten de vraagstukken intellectueel uitdagend zijn, dus onze kennis verbreden en ons inzicht verdiepen. In de tweede plaats moeten ze ons uitnodigen om over de grenzen van onze disciplines te kijken. Intensieve gesprekken met de vertegenwoordigers van andere wetenschapsgebieden hebben mij gesterkt in de overtuiging dat in die andere gebieden veel onderzoekers zijn die denken dat ze iets van ons kunnen leren en die samenwerken ook spannend vinden. Daarom komt het goed uit dat de Wetenschapsagenda flink gaat inzetten op interdisciplinariteit. In een NWO-organisatie die alle ruimte biedt aan wetenschappers, kunnen we dan het volle profijt trekken van het rijke potentieel aan toptalenten en innovatieve ideeën dat ook in de geesteswetenschappen voorhanden is. Daarover hopen wij met jullie, geesteswetenschappers, in 2015 in gesprek te kunnen gaan.

 

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet getoond.