Walvissen, zeekoeten en de eerste monsters

24 Aug 2015
toegevoegd door

De regelmaat van dit blog heeft wat te lijden onder de Arctis: de internetverbinding aan boord van het schip is zeer wankel, de velddagen aan land duren veertien uur.

Donderdag 20 augustus. De kop is eraf, de eerste twee SEES-dagen zitten erop. En wat voor dagen… Het is tot nu toe onwaarschijnlijk mooi weer geweest, met stralend weer, een spiegelgladde zee en een temperatuur van 10 tot 14 graden – ongewoon warm voor de tijd van het jaar.

P1150688web

Donderdag waren we nog altijd onderweg naar het eiland Edgeøya, waar het meeste onderzoek zou gaan plaatsvinden. Onderweg zouden we landen even voorbij de Zuidkaap van Spitsbergen, maar daar zagen we meteen al hoe veranderlijk de plannen in de Arctis kunnen zijn: er liep een ijsbeer rond, dus we konden er niet aan land! De beer was weliswaar een stipje in de verte, maar een beer is een beer en dat betekent: niet landen.

Maar we hadden een geweldig alternatief: walvissen kijken! Tegen de altijd lage zon waren verschillende grote blaaswolken te zien – een prachtig gezicht. Een paar kregen we er van heel dichtbij te zien: een noordse vinvis (wat hier heel bijzonder is), drie bultruggen en een stuk of tien vinvissen. En dat vanaf het zonovergoten dek, met een spiegelgladde zee en met hier en daar ijsbergen.

’s Middags konden we een stukje noordelijker wél aan land. Dat deden we even voorbij een enorme vogelklif, Stellingfjellet. Het merendeel van de zeevogels (dikbekzeekoeten en drieteenmeeuwen) was al weg – het broedseizoen loopt op zijn eind – maar er zaten nog enkele duizenden paren. We zagen enkele tientallen jonge dikbekzeekoeten die hun allereerste duik in zee waagden, vergezeld door hun ouders. Ze kunnen nog niet vliegen en zeilen daarom als een parachuutje naar zee — en dat gaat ook weleens mis. We zagen een paar levenloze bolletjes van de helling rollen. Meteen waren er dan meeuwen paraat om het arme jong op te slokken.

Marien biologen namen daar de eerste watermonsters. Ze kijken onder andere naar voedselrelaties bij plankton. Wie eet wie, en hoeveel van de algen hebben virussen bij zich? Dat laatste is belangrijk voor de kringloop van nutriënten in de oceaan. Ook een paar potjes met modder uit de getijdenzone gaan mee naar Nederland. Wellicht zitten er interessante enzymen in die algen kunnen afbreken – een kans voor het maken van biobrandstof.

En de eerste mossen en insecten zijn gesampeld! Als je een uur lang met een prikkebeen-netje over de toendra loopt, dan vang je drie vliegen. Die zijn meegenomen in buisjes met alcohol.
En onder platte stenen vonden de wetenschappers wel tien soorten mijten en springstaarten. Ook die zijn meegenomen, voor genetisch onderzoek. Zijn het dezelfde soorten als aan de warmere westkust van Spitsbergen? En als op Antarctica? Daar is hier aan de oostkant nooit onderzoek naar gedaan. Nieuwe soorten denken de wetenschappers niet te vinden – maar wel nieuwe ideeën over de verspreiding van soorten, en over de glaciologische geschiedenis van de Arctis. Het voorkomen van bepaalde soorten, in combinatie met hun genetische diversiteit, vertelt veel over waar er wel en niet ijs heeft gelegen, en hoe soorten de ijsbedekte gebieden na de ijstijd weer hebben heroverd.

Reacties

  • 24 Aug 2015

    Om 18:30 plaatste Svalbard expedition animals news update | Dear Kitty. Some blog een reactie

    […] from a blog post by Nienke Beintema, about 20 August […]

    Reageer

  • 26 Aug 2015

    Om 20:40 plaatste Peer Wertheim een reactie

    Beste Nienke,
    Dank je wel voor de leuke verhaaltjes. Jij vertelt over de dikbekzeekoet. Is dat hetzelfde dier als de guillemot?
    Ik heb heel veel guillemots gezien en die zien eruit zoals jij vertelt.
    Groetjes, Peer

    Reageer

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet getoond.