Introductie NWA-routeworkshop door NWO-WOTRO voorzitter Wiebe Bijker ‘Mondiaal denken heeft binnen de Nederlandse wetenschap een extra zetje nodig.’

21 Mar 2016
toegevoegd door

Wiebe Bijker was dagvoorzitter van een routeworkshop op 9 maart, waarin werd gezocht naar de wijze waarop de Nationale Wetenschapsagenda kan bijdragen aan het behalen van de Sustainable Development Goals. Hij kijkt tevreden terug: ‘Van internationaal onderzoek wordt de wetenschap beter.’

‘Hoe kunnen recht en andere vormen van regulering voldoende rechtszekerheid bieden en tegelijkertijd inspelen op maatschappelijke kansen en uitdagingen?’ Het is één van de 140 vragen van de Nationale Wetenschapsagenda die vorig jaar is geformuleerd. In datzelfde jaar werden de Sustainable Development Goals (SDG’s) mondiaal vastgelegd. Sommige overeenkomsten zijn overduidelijk. Wat te denken van bovenstaande vraag en duurzaamheidsdoel 16: ‘Provide effective justice for all and build effective, accountable and inclusive institutions at all levels.’ Dat klinkt als een match!
Wiebe Bijker, voorzitter bestuur van NWO-WOTRO Science for global development
Dit is maar één voorbeeld. Er zijn veel meer dwarsverbanden tussen de Nationale Wetenschapsagenda en de SDG’s te vinden, vertelt Wiebe Bijker, tevens voorzitter van het bestuur van NWO-WOTRO Science voor global development. Toch heeft de Nationale Wetenschapsagenda de neiging om dit soort wetenschappelijke vragen te beperken tot de Nederlandse context. En dat is zonde! Bijker legt uit hoe de Nationale Wetenschapsagenda in elkaar zit en welke kansen er nu zijn blijven liggen. ‘De Nationale Wetenschapsagenda is gebaseerd op bijna 12.000 vragen die zijn geformuleerd door Nederlandse burgers, organisaties en onderzoekers. Om daar structuur in te bieden zijn ze gebundeld tot 140 overkoepelende vragen en op basis hierop zijn zestien routes ontwikkeld. Deze routes zijn een soort invalshoeken om bepaalde vragen te verbinden en op te pakken, en die bovendien leiden naar een hoger maatschappelijk doel, zoals een veiliger samenleving. Maar die zestien routes zijn vrij Nederlands georiënteerd. Er zitten vragen tussen die zich expliciet op het buitenland richten, maar veel vaker is dat niet zo en beperkt de onderzoeksvraag zich tot de Nederlandse context. Wij vonden het daarom van belang om een extra route te ontwikkelen met expliciete aandacht voor inclusieve mondiale ontwikkeling.’
Bundeling van krachten

NWO-WOTRO organiseerde samen met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Partos, de Worldconnectors en PIE een workshop op 9 maart waarin wetenschappers, beleidsmedewerkers, NGO-medewerkers en het bedrijfsleven ingingen op vijf thema’s (conflict en recht, voedselzekerheid en circulaire economie, gezondheid, kwaliteit van de omgeving en energie, en veerkrachtiger samenlevingen). Ze deden dat om dwarsverbanden te ontdekken en aandacht te vragen voor onderzoek naar mondiale vraagstukken binnen de Nationale Wetenschapsagenda.

Logo's gecombineerd - kopie

De aanloop naar 9 maart ging eigenlijk heel soepel. ‘NWO-WOTRO benaderde de andere vier partners en die reageerden snel. Binnen twee weken was het plan voor de workshop er en het vervolgtraject rond, met als doel om in juni een mondiaal investeringsvoorstel aan de Stuurgroep van de Nationale Wetenschapsagenda te overhandigen. Ook het secretariaat van Nationale Wetenschapsagenda reageerde positief op dit additionele routevoorstel. Bijker: ‘Het feit dat die ontwikkelingsdimensie niet zo duidelijk in de zestien routes van november terugkwam was niet bewust. Soms gebeuren dingen zonder dat men zich realiseert welke onbedoelde effecten het heeft. Toen we betrokkenen hierop wezen, vond iedereen het een goed idee.’ Mondiaal denken is blijkbaar voor veel burgers – en wellicht ook voor de wetenschappers die hun opmerkingen vertaalden naar de 140 vragen – nog niet vanzelfsprekend. Ook al wordt bij navraag het belang ervan erkend. Een klassiek emancipatieprobleem, denkt Bijker.

‘Idealiter was deze route helemaal niet nodig geweest. Dan was de ontwikkelingsdimensie een heel vanzelfsprekend en herkenbaar onderdeel geweest in alle routes en ‘gemainstreamd’. Misschien is dat in een Nationale Wetenschapsagenda over een aantal jaar wel het geval, maar op dit moment is de aparte aandacht in de vorm van een extra route nog hard nodig.’

Stappen richting investeringsvoorstel

Het beoogde investeringsvoorstel voor de Nationale Wetenschapsagenda is er na deze workshop nog niet. Dit moet in de komende maanden nog verder vorm krijgen. ‘De discussies van woensdag worden vertaald in concrete en goed uitgewerkte themabeschrijvingen, samenwerkingsverbanden, onderzoeksvragen en financieringsplannen. Dat werk gaat nog gebeuren, maar de workshop was zeer bemoedigend. De belangstelling was zo groot dat we vijftig mensen moesten weigeren omdat het al vol zat. Daarnaast was het niet wenselijk om de themagroepen nog groter te laten worden: dan waren er teveel mensen geweest om samen een inhoudelijke discussie te voeren. Onderzoekers, beleidsmakers, afgevaardigden uit het bedrijfsleven en NGO-medewerkers zaten samen in deze themasessies. Mensen die elkaar niet heel vaak tegenkomen. Dat was inspirerend! Aan het eind van de dag was iedereen het erover eens dat er zo’n investeringsvoorstel moet worden geformuleerd. Dat vind ik de allergrootste winst.’ Ook is Bijker tevreden over het inhoudelijk resultaat. ‘Er is een aantal hele concrete vraagstukken uitgetekend voor elk van de vijf thema’s. Met dit basismateriaal gaan we tussen nu en juni een overtuigend verhaal maken wat een buitenstaander ook over de streep moet trekken.’

Inspirerend onderzoek

Jeroen Verheul, ambassadeur Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Jeroen Verheul, ambassadeur Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking noemde aan het einde van de dag redenen die ook een buitenstaander kunnen overtuigen: solidariteit, verlicht eigenbelang (als het met anderen elders ter wereld goed gaat, profiteren wij daar ook van) en hard eigenbelang (zoals het voorkomen van ziekten die ons ook kunnen treffen). Bijker kan zich daarin prima vinden. ‘Graag voeg ik er nog een reden aan toe: het is voor onze wetenschap enorm verrijkend om vanuit een internationale dimensie te onderzoeken en met onderzoekers in ontwikkelingslanden samen te werken. Zo krijgen Nederlandse wetenschappers niet alleen toegang tot ander empirisch materiaal, maar komen ze ook in aanraking met theoretische perspectieven en ethische invalshoeken, die ze in Nederland nooit zouden krijgen.’

Hij noemt een voorbeeld: ‘Ik heb veel onderzoek in India gedaan en denk dat Nederland veel kan leren van de Indiase democratie. Tussen alle niveaus in de maatschappij, lokaal en binnen gemeenschappen, maar ook nationaal en internationaal, wordt er overlegd en samengewerkt. Dat wil niet zeggen dat die overleggen in pais en vree verlopen en dat er altijd consensus is. Het is beslist geen ‘polderen’. In India wordt hevig gediscussieerd, en soms worden tegenstellingen opgezocht in plaats van naar een gemeenschappelijke basis te zoeken. Maar mensen zijn er heel expliciet vanuit verschillende niveaus bezig met wetenschap en techniek om bepaalde problemen aan te pakken. NGO’s zijn er bezig om dorpen pesticide-vrij te maken en pendelen intussen op en neer naar het ministerie. Bij ons is de kloof tussen beleidsmakers en de gewone burger heel groot geworden.’ Bijker ziet dan ook alleen maar de voordelen van deze extra route: ‘Voor de Nederlandse wetenschap is het heel vruchtbaar en verrijkend om die internationale dimensie toe te voegen. We worden er beter van en kunnen iets toevoegen aan de wereld!’

Andersom kunnen andere landen kunnen ook van Nederland leren en profiteren. ‘We hebben veel specifieke wetenschapsgebieden waarin Nederland heel goed is, zoals gentechnologie, voedselzekerheid en waterbeheer.’ Maar dat niet alleen. ‘Nederland staat ook echt aan de top als het gaat om transdisciplinair wetenschappelijk onderzoek. We linken niet alleen verschillende wetenschapsgebieden met elkaar, maar we kunnen ook stakeholders van allerlei pluimage – zoals burgers en maatschappelijke organisaties – bij wetenschappelijk onderzoek als dat voor een probleem relevant is. Er is geen land waar dat op deze manier gebeurt.’

Een overtuigend verhaal

NWO wordt momenteel gereorganiseerd en het gedachtegoed van NWO-WOTRO zal waarschijnlijk als een dwarsdoorsnijdend thema door vier discipline-georiënteerde domeinen heen lopen. Dit omdat de internationale en ontwikkelingsdimensie zo belangrijk wordt gevonden. Maar voor het zover is, gaat NWO-WOTRO samen met haar partners hard aan de slag met een voorstel voor de Nationale Wetenschapsagenda. Bijker: ‘Ik verwacht dat we in juni een overtuigend verhaal hebben.’

NWA-SDG-workshop_Banners_totaal

Door: Selma Zijlstra, Vice Versa

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet getoond.